Sebastiaans diagnose

Zoals elke diabeet heb ik ook een ‘diagnoseverhaal’ wat betreft mijn diabetes. Dat wil zeggen, hoe het er aan toe ging voorafgaand aan de conclusie die de mannen in witte jassen mijn ouders midden in de nacht van vrijdag 2 december wisten te vertellen. Tijd voor een terugblik met een zo gedetailleerd mogelijke tijdlijn en omschrijving van de gebeurtenissen.

Ironisch genoeg begonnen traditionele symptomen als ik er aan terugdenk na Sint Maarten (11 november). Ik had een niet te stoppen dorst en daar op logisch volgende toiletbezoeken. Gaandeweg de maand november begon ik wat af te slanken, en mijn ouders zetten wat vraagtekens bij mijn vele plassen. Als mama hier meer over probeerde te vragen reageerde ik kortaf, en geïrriteerd. De 10-jarige Sebastiaan had helemaal geen zin om het over zijn plasprobleem te hebben, en hoe durft ze te vragen of ik pijn heb bij het plassen, daar heb ik helemaal geen last van, nee-hee..

Dat kortaf en geïrriteerd reageren blijkt ook bij de opeenstapeling van symptomen te horen. Daarnaast slankte ik af omdat mijn lichaam geen energie meer via de traditionele wijze kon verkrijgen. Ik maakte geleidelijk aan niet genoeg insuline meer aan om glucose in het bloed te krijgen. Je lichaam is een slimme machine, die vervolgens op andere manieren toch energie weet vrij te maken, het spreekt hiervoor je vetopslag en eiwitopslag (spieren) aan om om te zetten naar suikers voor energie (gluconeogenese). Het duurde ook niet lang of mijn lichaam begon aan te geven dat het vermoeid was, en er iets niet klopte.

De opeenstapeling van symptomen piekte op een zekere donderdag. Ik kon ineens niet meer mijn benen aan het fietsen krijgen toen we van de gymzaal terug naar de basisschool moesten fietsen. Door klasgenoten aangeduwd kwam ik verward weer op school, en ik ben die dag maar eerder naar huis gegaan. Die avond aten we quiche, en keken mijn vader en ik naar Band of Brothers, om ons op een tripje naar Bastogne voor te bereiden. Diezelfde nacht zou de boeken in gaan als de nacht van het overgeven, waar mijn vader grappend weet te vertellen dat hij de quiche van de muur kon vegen. Ik zou vrijdag thuisblijven.

Lekker een dagje vrij thuis, ik was niet heel erg ziek vond ik zelf, alleen wel erg moe. Ik ging lekker in bad om me wat te ontspannen. Echt relaxed was het niet, want ik had een beker meegenomen om uit de kraan te drinken en moest om de twee minuten het bad uit om te plassen. Het begon mij zelf ook wel op te vallen. In de loop van de dag begon mijn ademhaling te versnellen. Ok, het ging echt niet zo goed meer. Toen ik op een gegeven moment in de avond richting hyperventileren ging besloten mijn ouders dat het tijd was om naar de huisartsenpost te gaan. Zelf weet ik alleen dat ik zittend van de trap moest omdat ik niet lekker meer kon staan, en mijn ademhaling op dat moment echt heel snel ging.

Eenmaal aangekomen bij de huisartsenpost weet ik mij alleen nog te herinneren dat ik hardop een paar zinnen voor moest lezen uit een boekje. Toen dit niet lukte zonder na elke drie woorden adem te halen werd ik in een rolstoel gezet en vanaf dat moment is het voor mij een black-0ut geweest tot zondagochtend.

Een bloedsuiker van 24 mmol/l en wat longfoto’s waren genoeg om de diagnose type 1 diabetes en geklapt longblaasje te stellen. Mijn lijf was op. Het was volgens de artsen die avond niet ver van een klaplong of coma geweest. Ze konden nergens een infuus aanprikken en blijkbaar had ik ook nog eens mijn ziekenhuisbed ondergeplast. Het was voor mijn ouders het begin van een heftige, stressvolle week (en daarop volgende periode) en voor mijn zus vreemd dat ze ineens bij een buurmeisje moest gaan logeren. Onze wereld stond ineens op zijn kop en dit was nog maar het begin.

Zondags werd ik wakker in een ziekenhuisbed, nog net niet zoals in films met wat doktoren eromheen. Ik was voor het eerst weer een beetje aanspreekbaar en er hingen wat kaartjes van klasgenootjes. Blijkbaar was ik er best wel slecht aan toe dus, ik had nog nooit in het ziekenhuis gelegen, wat was er allemaal aan de hand? En waarom had ik allemaal draadjes en slangetjes aan mijn lijf? Al gauw wisten mijn ouders mij duidelijk te maken dat ik ziek bleek te zijn. En niet zo’n klein beetje ook. Chronisch ziek, of, levenslang zoals ze dat mij toen uitlegden.

 

Woensdags kwam de diabetesverpleegkundige op bezoek. Ik kreeg uitleg over meten, eten, insuline, en ook dus dat ik mijzelf prikjes moest geven en injecteren.

 

 

Little did I know dat ik als 10-jarige eigen dokter mocht gaan spelen en een medicijn in handen zou hebben dat met een verschil van een paar eenheden je in leven houdt of juist levensgevaarlijk kan zijn.

 

Ik mocht mijn infuus er zelf uittrekken en die avond zou ik mijn eerste insuline-injectie plaatsen. Vol goede moed begon ik hier mee en het was zo gepiept. Mijn ouders stonden er trots bij, maar moeten zeker weten vol zorgen hebben gezeten. Hierover in een latere post meer. Ik liet het allemaal maar gewoon op me afkomen, ik wilde graag weer naar huis. Ik had tenslotte van Sinterklaas een nieuw skateboard spel gekregen voor de XboX. Wel was ik anders thuisgekomen dan hoe ik naar het ziekenhuis toe was gegaan.

Ik was in één klap volwassen geworden. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *